|
In deze eindejaarsdagen lopen in heel Europa weer de BOB-campagnes. Men
wil chauffeurs aanzetten om niet te rijden als ze alcohol hebben
gedronken. In de afgelopen jaren heb ik verschillende parochianen
begraven die slachtoffer waren van dronken chauffeurs. Een verhaal
hierrond, waargebeurd, werd me deze week doorgemaild. Een man haastte
zich naar de winkel om op het laatste moment nog zijn kerstgeschenken te
kopen. De grote drukte en de lange rijen bij de kassa's maakten hem al
humeurig. Hij kwam op de speelgoedafdeling waar hij al het dure
speelgoed zag staan en zich afvroeg of de kinderen er nu werkelijk
zouden mee spelen. Op die afdeling zal hij plots een jongetje van
ongeveer 5 jaar die een mooie kleine pop tegen zich aangedrukt hield. De
man vroeg het jongetje voor wie de pop bestemd was. De kleine jongen
keerde zich naar een dame die bij hem was: "Tante, ben je zeker dat
ik niet genoeg geld heb ?". De vrouw antwoordde hem wat ongeduldig:
"Je weet dat je niet genoeg geld hebt om ze te kopen". Daarna
vroeg zijn tante hem om daar te blijven en enkele minuten te wachten,
daarna vertrok ze. De kleine jongen hield nog steeds de pop tegen zich
aangedrukt. De man ging naar hem toe en vroeg aan wie hij de pop wilde
geven. "Het is de pop waar mijn zusje het meest naar verlangde als
kerstgeschenk. Ze was er zeker van dat de Kerstman haar zou
brengen". De man troostte hem dat het misschien nog kon gebeuren.
Het jongetje antwoordde verdrietig: "Nee, waar mijn zusje nu is kan
de Kerstman niet komen. Ik moet de pop aan mijn mama kunnen geven, zodat
zij ze naar mijn zusje kan brengen". Hij keek de man zo droevig aan
terwijl hij vertelde: "Mijn zusje is vertrokken naar waar Jezus is.
Mijn papa zegt dat mama weldra ook naar Jezus gaat en daarom dacht ik
dat mama de pop kon meenemen en ze aan mijn zusje geven". Het hart
van de man hield bijna op met kloppen. Het jongentje hief de ogen op
naar de man en zei: "Ik heb aan papa gezegd dat hij aan mama moest
zeggen dat ze niet meteen mag vertrekken. Ik heb hem gevraagd haar te
doen wachten tot ik terugkeer van de winkel". Dan toonde hij de man
een foto van hem, die in de winkel genomen was, waarop hij de pop
vasthield, terwijl hij zei: "Ik wil dat mama deze foto ook
meeneemt, zo zal ze me niet vergeten. Ik hou van mijn mama en ik zou
graag hebben dat ze me niet verlaat, maar papa zegt dat ze naar mijn
zusje moet goed". Daarna sloeg hij het hoofd neer en werd stil. De
man haalde onopvallend wat bankbriefjes uit zijn portefeuille en zegde:
"En als we nog eens een laatste keer je geld tellen om zeker te
zijn". "Ok", zei hij, "ik moet er genoeg
hebben". Er was ruim geld voor de pop, er was zelfs nog over.
Zachtjes prevelde het jongetje: "Dank je, Jezus, dat je me genoeg
geld gegeven hebt." Hij zegde tegen de man: "Ik had aan Jezus
gevraagd om ervoor te zorgen dat ik genoeg geld zou hebben om deze pop
te kopen, zodat mijn mama ze naar mijn zusje kan brengen. Hij heeft mijn
gebed gehoord. Ik wilde ook nog genoeg geld hebben om een witte roos te
kopen voor mijn mama, maar zoveel durfde ik aan Jezus niet vragen. Maar
weet je, mijn mama houdt zoveel van witte rozen." Enkele minuten
later kwam zijn tante terug en het jongetje ging met haar mee. Toen
herinnerde de man zich een krantenartikel van enkele dagen eerder waarin
het ging over een bestuurder die in staat van dronkenschap op een wagen
was ingereden waarin een jonge vrouw en haar dochtertje zaten. Het
kleine meisje was op slag dood, de moeder zwaargewond. De familie moest
beslissen of de vrouw afgekoppeld ging worden van het beademingstoestel.
Twee dagen later las de man dat de vrouw was overleden. Hij kon het niet
nalaten om een bos witte rozen te gaan kopen en de jonge vrouw een
laatste groet te brengen in het mortuarium. Ze lag er met een mooie
witte roos in de hand, en met de pop en de foto van het jongetje in de
winkel. Dit verhaal heeft mij getroffen. Laten we er in deze
eindejaarsdagen even aan denken. Pastoor A. Penne.
http://www.rk-bergeijk.nl/
|