Home / Nieuws / ...

 

Gedragsmatige aanpak ADHD heeft meerwaarde voor ouder en kind
Een gedragsmatige aanpak van ADHD helpt ouders van patiëntjes om hun rol beter te vervullen en vermindert gedragsproblemen bij kinderen. Ouders voelen zich competenter, en hebben een positievere opvoedstijl.
Dat blijkt uit een meta-analyse van 32 trials waarin gedragsmatige interventies zoals oudertraining, cognitieve gedragstherapie en andere gedragstrainingen voor kinderen, sociale vaardigheidstraining, en ook training in planningsvaardigheden werden vergeleken met een al dan niet actieve controlegroep (J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2014;53:835-47). 
David Daley van de Universiteit van Nottingham en collega’s (onder andere van de UvA) keken niet alleen naar de kernsymptomen van ADHD, maar ook naar andere uitkomsten met een grote impact op de kwaliteit van leven, zoals de kwaliteit van ouderschap, psychisch welbevinden van de ouders, en gedragsproblemen en schoolprestaties van kinderen. Zowel uitkomsten die zijn vastgesteld door ouders (niet geblindeerd voor de interventie) als door (waarschijnlijk wel geblindeerde) onafhankelijke beoordelaars werden geanalyseerd en vergeleken.
De grootste effecten werden gezien voor toename van positief opvoeden en afname van negatieve opvoedstijlen. Kleinere, maar toch aanzienlijke effecten waren er ook in de afname van gedragsproblemen. Deze uitkomsten waren zowel statistisch significant als ze door niet geblindeerde als door wel geblindeerde onderzoekers waren vastgesteld. Significante positieve effecten werden ook gezien voor ADHD-symptomen, sociale vaardigheden, zelfbeeld van ouders en leerprestaties van kinderen. Deze uitkomsten waren ofwel alleen niet-geblindeerd vastgesteld of niet significant verbeterd na vaststelling door geblindeerde onderzoekers.
In een begeleidend commentaar stelt Linda Pfiffner (University of California) onder meer dat bij onderzoek naar gedragsinterventies een focus op alléén de ADHD-symptomen een belangrijke bredere impact van deze aanpak mist (J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2014;53:830-2). 
Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (Augustus 2014)


 


Printen

 

 

Reacties: