Volkoren producten

 

Volkoren, anders gezegd zo min mogelijk bewerkte producten bevatten nog nagenoeg alle nutriënten, voedingsvezels en beschermende stoffen. Deze combinatie blijkt veel beter te werken dan elk bestanddeel afzonderlijk.

Voorbeelden zijn: volkoren granen (o.a. tarwe, haver, gerst, spelt, rogge, boekweit) waar bijv. volkoren brood van gemaakt wordt, volkoren pasta's (o.a. spaghetti, macaroni) en volkoren rijst (bruine of zilvervliesrijst).

Volkoren producten worden minder snel verteerd en geabsorbeerd door het lichaam.
Bovendien hebben ze door hun grotere deeltjesgrootte en hun grote hoeveelheid onoplosbare vezels over het algemeen een lagere glycemische index.

Het regelmatig eten van volkorenproducten geeft een duidelijk lagere kans op het krijgen van diabetes type-2 en volgens studies ook duidelijk minder buikvet.

Doordat volkoren producten rijk zijn aan voedingsvezels kunnen ze het verzadigingsgevoel bevorderen, waardoor minder energie wordt ingenomen. In combinatie met hun lage vetgehalte, kunnnen vezels bovendien bijdragen om een gezond gewicht te behouden.

 

In volkoren producten zitten verschillende hoeveelheden fytinezuur.

 

Volkorenbrood is een bakproduct van volkorenmeel, melk of water, zout, gist, boter of margarine en suiker..

Bloem wordt verkregen uit gemalen graankorrels. Graankorrels bestaan uit drie deelcomponenten die elk verschillende hoeveelheden voedingsstoffen bevatten: het meellichaam, de kiem en de zemel. Het meellichaam levert de meeste energie en bevat in hoofdzaak koolhydraten, in mindere mate eiwitten en een kleine hoeveelheid B-vitaminen. De kiem is rijk aan mineralen (vooral ijzer en zink), B-vitaminen, vitamine E en andere bioactieve stoffen. De zemel is rijk aan voedingsvezels, B-vitaminen, flavanoïden, indolen, mineralen en een kleine hoeveelheid eiwitten. De meest gebruikte graansoort voor de bereiding van brood is tarwe. Daarnaast worden ook nog andere graansoorten, zoals rogge, maïs, gerst, gierst, spelt en haver, of een combinatie van verschillende graansoorten verwerkt tot brood. Niet alleen het soort graan, maar ook de mate waarin het graan is uitgemalen, zorgt ervoor dat de bakker met verschillende soorten bloem aan de slag kan. De uitmalingsgraad is de hoeveelheid bloem die men na vermaling en zeving overhoudt. Hoe lager de uitmalingsgraad, hoe meer kiemen  en zemelen werden verwijderd en hoe witter de bloem is. Hoe hoger de uitmalingsgraad, hoe meer de bloem nog van het volledige graan bevat. Bij een uitmalingsgraad van 95 tot 100 % wordt niet meer gesproken van bloem maar van meel. Een uitmalingsgraad van 100 betekent dat 100 kilo graan 100 kilo meel oplevert.

 

Hieronder een voorbeeld van de hoeveelheid nutriënten in gewone en volkoren producten.

 

 

Meer onderzoeken uit het nieuws over volkoren producten.

Printen