|
Voedingsstoffen De juiste en noodzakelijke voedingsstoffen voor het menselijk lichaam zijn: Koolhydraten, eiwitten, vetten, vezels en vitamines - mineralen Daarnaast zitten er veel andere stoffen in voeding die een ook een belangrijke rol spelen bij de gezondheid. Dit zijn de zogenaamde bioactieve stoffen, die een bepaalde biologische (of fysiologische) activiteit of functie hebben. Dit zijn o.a. de (Poly)fenolen of Flavonoïden (Flavonen, Flavonolen, Catechinen, Isoflavonen, Flavononen en Anthocyanen) en verder carotenen, glucosinolaten, organosulfiden en terpenen. Meer over deze bioactieve stoffen.
Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn vooral van belang als energiebron. Ze leveren de energie die nodig is voor alle lichaamsprocessen en dienen als brandstof voor de hersenen. Koolhydraten zijn chemische verbindingen die ontstaan tijdens de fotosynthese in planten. In de scheikunde heeft men het meestal over sachariden. Koolhydraten worden ingedeeld in drie categorieën:
Suikers of enkelvoudige koolhydraten • monosachariden (glucose, galactose, fructose) • disachariden (sacharose of sucrose, lactose, maltose) • polyolen of suikeralcoholen (sorbitol, mannitol) Oligosachariden • malto-oligosachariden (maltodextrinen) • andere oligosachariden (raffinose, stachyose, oligofructose) Polysachariden of meervoudige koolhydraten • zetmeel (amylose, amylopectine, gemodifieerd zetmeel) • niet-zetmeelhoudende polysachariden of voedingsvezels (cellulose, hemicellulose, pectines, hydrocolloïden)
Alle suikers zijn koolhydraten maar niet alle koolhydraten zijn suikers. De term "suikers" slaat op enkelvoudige koolhydraten. Met suiker in het dagelijkse taalgebruik wordt doorgaans sacharose of sucrose bedoeld, afkomstig van suikerbieten of suikerriet. Zij worden sneller dan meervoudige koolhydraten omgezet tot zuren die schadelijk zijn voor het gebit. Producten rijk aan toegevoegde suikers zijn bovendien vaak lege caloriebronnen. Behalve energie brengen ze weinig of geen andere essentiële voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen aan. Fruit en zuivelproducten bevatten van nature ook een zeker hoeveelheid enkelvoudige koolhydraten of suikers, namelijk respectievelijk fructose en lactose. Daarnaast leveren zij echter ook tal van essentiële voedingsstoffen.
Meervoudige koolhydraten komen voor in graanproducten (bv. brood, rijst, deegwaren), aardappelen, peulvruchten en groenten. Zij voorzien ons van gezonde energie. Naast energie, vooral in de vorm van meervoudige koolhydraten, leveren zij ook vitaminen, mineralen en voedingsvezels. Volkoren producten krijgen de voorkeur omwille van hun hogere vezelinhoud. Meervoudige koolhydraten behoren dus tot de groep van de koolhydraten maar zijn geen suikers.
Verteerbare en niet-verteerbare koolhydraten Het verteringsproces van koolhydraten begint in de mond, waar het enzym amylase door de speekselklieren wordt afgescheiden. Op die manier wordt ook de zetmeeldegradatie geactiveerd. Het belangrijkste verteringsproces voor de koolhydraten speelt zich af in de dunne darm. De enzymen amylase, sucrase, lactase en maltase zorgen ervoor dat de koolhydraten worden omgezet tot glucose, fructose en galactose. Deze monosachariden komen in de bloedbaan terecht en zorgen voor een stijging van de bloedsuikerspiegel. Fructose en galactose moeten eerst in de lever worden omgezet tot glucose en geven daardoor een minder plotse stijging van het bloedsuiker. In de lever en de spieren wordt een deel van de glucose als glycogeen opgeslagen, een ander deel wordt omgezet in vet en een laatste deel wordt onveranderd in het bloed afgegeven als energie. Glycogeen is de reservevoorraad waaruit glucose kan worden vrijgemaakt indien het glucosegehalte in het bloed onder een bepaalde waarde daalt.
Enkelvoudige koolhydraten (suiker) worden zodanig snel opgenomen en verwerkt in het bloed dat het bloedglucosegehalte al gauw weer te laag kan worden waardoor je je flauw voelt en opnieuw honger krijgt. Meervoudige koolhydraatbronnen worden doorgaans trager verteerd en langzamer omgezet in glucose. Hierdoor geven ze meer geleidelijk en gespreid glucose vrij in het bloed. Oligosachariden worden niet verteerd maar worden in de dikke darm gefermenteerd. Dit bevordert een selectieve groei van bepaalde darmbacteriën. Niet-verteerbare koolhydraten behoren daarom tot de prebiotica. Oligofructose stimuleert de groei van bifidusbacteriën. Bifidusbacteriën (probiotica) leveren een belangrijke bijdrage aan het in stand houden van een gezonde darmflora en helpen de gastheer beschermen tegen de invasie van pathogene kiemen. Niet-zetmeelhoudende polysachariden (voedingsvezels) hebben eveneens een positieve invloed op de darmgezondheid. Zij verlagen onder meer het risico op bepaalde vormen van kanker, ze zorgen in combinatie met voldoende vocht voor een betere stoelgang, ze verhogen het verzadigingsgevoel en hebben een gunstige invloed op het cholesterolgehalte. Het is raadzaam je voeding zo samen te stellen dat je wel de helft van je energie uit koolhydraten haalt. Probeer om het merendeel van je koolhydraten te halen uit zogenaamde polysacchariden De rest is het beste te halen uit fruit en zo min mogelijk uit de andere producten.
Voor zij die een koolhydraat-armdieet volgen klik hier voor een koolhydraatwijzer. Eiwitten
zijn belangrijke bouwstenen voor het lichaam. Je hebt ze
nodig voor groei, herstel en instandhouding van lichaamscellen en spier-
en botweefsel. Wanneer je lichaam onvoldoende energie uit vetten en
koolhydraten kan halen, worden eiwitten als energiebron aangesproken. De hoeveelheid eiwit die nodig is hangt af van het lichaamsgewicht. Per kilogram lichaamsgewicht is dat voor jongeren 0,9 gram en voor volwassenen 0,8 gram per kg lichaamsgewicht per dag. Jongeren hebben om te groeien namelijk wat meer nodig. In een gezonde voeding komt het erop neer dat eiwitten tien tot vijftien procent leveren van de benodigde energie. Als meer eiwit wordt opgenomen dan nodig is voor de opbouw van weefsel, dan wordt het teveel omgezet in energie. Overtollige energie wordt opgeslagen in lichaamsvet. We onderscheiden plantaardige en dierlijke eiwitten. Vaak eten we meer
dierlijke eiwitten dan plantaardige, maar het is gezonder om van allebei
ongeveer evenveel te eten. Maak daarom een evenwichtige keuze. Daarnaast kennen we vetrijke en vetarme eiwitproducten.
Natuurlijk is het belangrijk het gebruik van vetrijke eiwitproducten te
beperken. Bovendien is het eiwitgehalte in de vetarme eiwitproducten vaak
hoger dan dat in de vetrijke eiwitproducten. Door voor vetarme
eiwitproducten te kiezen, sla je dus eigenlijk twee vliegen in een klap.
Vetten, heeft
een gezond lichaam nodig. Normaal
gesproken bestaat een vrouwenlichaam voor gemiddeld vijfentwintig procent
uit vetweefsel. Bij mannen is dat ongeveer vijftien procent.
Als je lichaam voor langere tijd energie wil opslaan, kan dat
alleen in de vorm van vetten. Maar vetten uit de voeding kunnen ook direct
worden gebruikt als energiebron. Bovendien spelen ze een belangrijke rol
bij het transport van energie.
Vetten zorgen ook voor de toevoer van vitaminen.
Bij een extreem vetarme voeding kan dit vitaminetransport behoorlijk
verstoord worden, zelfs al krijg je eigenlijk voldoende vitaminen binnen! Vet is een goede warmte-isolator. Het beschermt je lichaam
tegen te sterke temperatuurwisselingen. Er zijn ook allerlei organen die
een beschermende vetlaag hebben, zoals je nieren. Het vet moet daarbij het
orgaan beschermen tegen beschadiging door stoten of schokken van buitenaf.
Vetten bestaan uit vetzuurmoleculen en één glycerolmolecuul. De termen vetten en vetzuren worden dikwijls door elkaar gebruikt. Ze leveren veel energie, die we uitdrukken in calorieën of kilojoules. Eén gram levert al negen calorieën ofwel 38 kilojoules. Dit geldt voor alle soorten vet. Vergeleken met koolhydraten en eiwitten is dit veel: deze brandstoffen leveren slechts vier calorieën per gram. Het nadeel dat aan overtollig gebruik van alle soorten vet kleeft, is dat dit gemakkelijk kan zorgen voor een ongewenste toename van het lichaamsgewicht. Voor een evenwichtige vetinname geldt het volgende:
Er zijn verzadigde vetzuren, meestal van dierlijke afkomst die hard zijn bij kamertemperatuur en er zijn onverzadigde, meestal van plantaardige afkomst of vis die bij kamertemperatuur zacht of vloeibaar zijn. Het verzadigde of onverzadigde karakter van de vetzuren heeft met scheikunde te maken. Verzadigd wil zeggen verzadigd van waterstofatomen. Omdat in de praktijk nogal eens verwarring is meer uitleg over vetzuren. De term plantaardig wil niet altijd zeggen dat het gaat om onverzadigde vetzuren. Er worden ook zgn. transvetten gebruikt. Doorgaans zijn deze van oorsprong plantaardige, onverzadigde vetten omgevormd (gehard) tot verzadigde vetten. Deze geharde vetten gedragen zich in het lichaam heel anders dan onverzadigde vetten en zijn schadelijk voor de gezondheid. Het ergste is dat de Europese overheden (nog) niet voorschrijven dat op verpakkingen deze ongezonde transvetten apart vermeld moeten worden, dit ondanks dat de WHO al eind zeventiger jaren waarschuwde voor de de gevaren van het gebruik van transvetten. Vermoedelijk gaan er jaarlijks in Europa al tienduizenden mensen dood als gevolg van de inname van transvetten. In de VS is dit voorschrift sinds kort van kracht en nu al blijkt dat fabrikanten in snel tempo de transvetten uit de voeding flink verminderen en vele het zelfs al weglaten. Voorlopig moet u zelf dus goed opletten: Staat bij de ingrediënten ‘plantaardig vet, gedeeltelijk gehard’ of ‘gehydrogeneerd vet’, dan kan dit duiden op de aanwezigheid van transvet.
De vetten in onze voeding zijn voor ongeveer de
helft zichtbare vetten en voor de ander helft onzichtbare vetten. Zichtbare vetten kun je op het oog al herkennen. Hierdoor is het niet zo moeilijk het gebruik van deze vetten te beperken. Het is echter vooral belangrijk dat je oppast niet te veel onzichtbare vetten en zeker de verzadigde binnenkrijgt. Onzichtbare vetten zitten bijvoorbeeld verborgen in kant-en-klaargerechten en -maaltijden.
Voldoende vezels helpen bij een
goede darmwerking en stoelgang en hebben een gunstige invloed op de opname
van voedingsstoffen uit je voedsel. Verder zorgt vezelrijke voeding snel
voor een verzadigd gevoel, dat helpt voor wie op zijn gewicht wil letten.
Bij voldoende vezels in je voeding heb je bovendien minder kans op hart-
en vaatziekten en aandoeningen aan het darmstelsel. Uit
recent, grootschalig, onderzoek blijkt dat voldoende vezelrijke voeding
dodelijke kankers met 40% kan verlagen! Omdat het aantal voedingsvezels niet verandert door het koken, bevat een gekookte portie bijna 5 keer zoveel voedingsvezel als een rauwe portie.
Vitamines
zijn voedingsstoffen die nodig zijn voor het behoud van een goede
gezondheid. Ze spelen een belangrijke rol in de groei, het onderhoud en
het functioneren van het lichaam maar helpen ons ook beschermen tegen
ziekten. We moeten ze innemen via de voeding omdat ons lichaam ze zelf
niet of onvoldoende kan aanmaken. Uitzonderingen zijn de vitamines D en K.
Vitamine D wordt in de huid aangemaakt onder invloed van zonlicht.
Vitamine K wordt voor een groot deel gemaakt door bacteriën in onze dikke
darm. Deze geproduceerde hoeveelheden zijn echter in de meeste gevallen
niet voldoende en moeten worden aangevuld via de voeding. Er zijn in water
(bijv. B en C) en in vet (A, D, E en K) oplosbare vitamines. Hoewel
we vitamines slechts in kleine tot zeer kleine hoeveelheden nodig hebben,
kan een tekort tot ernstige gezondheidsproblemen leiden en na langere tijd
het ontstaan van chronische ziekten vergemakkelijken. Hier vindt u richtlijnen voor veilige inname van extra vitamines en mineralen
Voor symptomen bij een vitamine tekort klik hier.
* tussen haakjes aantal mg Calcium per standaard hoeveelheid = 1 kop
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| (06-12-2005) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||