Home / ...

 

Cholesterol en plantensterolen.

 

Cholesterol is een vetachtige stof uit de groep sterolen, die ons lichaam zelf, hoofdzakelijk in de lever aanmaakt. Ongeveer een kwart van al het cholesterol in het lichaam bevindt zich in de hersenen waar het een belangrijke rol speelt in zaken als membraanfuncties en dient als grondstof voor belangrijke hormonen zoals o.m. progesteron, oestrogeen, cortisol, testosteron en andere. Lage cholesterolwaarden zorgen voor het slechter functioneren van de hersenen en kunnen volgens onderzoek leiden tot cognitieve achteruitgang Zeker bij het ouder worden zijn hogere bloedwaarden cholesterol belangrijk tegen een flink kleinere kans op dementie en de ziekte van Alzheimer, zo blijkt uit onderzoek onder vijfenzeventigplussers.

In verschillende voeding zoals vis, vlees, kaas, eieren, schaal- en schelpdieren zit van nature cholesterol, doch deze hoeveelheid is slechts een paar procent van het totale lichaamscholesterol. Het zijn vooral de vetzuren in de voeding die het bloedcholesterolgehalte be´nvloeden en niet de cholesterol die rechtstreeks via de voeding wordt opgenomen, want die zorgt voor lagere bloedwaarden cholesterol! Inmiddels zijn de overheidsadviezen aangepast waardoor cholesterol in de voeding niet meer als slecht gezien worden. Hier nog een studie die laat zien dat zelfs geldt voor mensen met aanleg voor hoog cholesterol.

Kijk hier voor een (Amerikaanse) lijst met de hoeveelheden cholesterol in de verschillende voeding.

 

De functies van cholesterol in het lichaam:

Omdat een vetachtige stof als cholesterol niet oplost in een waterige vloeistof maar wel in eiwitten wordt cholesterol verpakt in de zgn. lipoprote´nen. Hiervan zijn de drie soorten HDL, LDL en VLDL de belangrijkste vervoerders van cholesterol in de bloedbaan.

LDL vervoert cholesterol van de lever naar de rest van het lichaam.

HDL vervoert het overtollige cholesterol terug naar de lever waar het wordt afgebroken.

VLDL transporteert triglyceriden (vetten) van de lever naar de rest van uw lichaam.

Remnants zijn specifieke partikels die overblijven nadat lipoprote´nelipase heeft ingewerkt op VLDL (triglyceridenrijke partikels), waarbij de triglyceriden werden gehydrolyseerd.

Het LDL bestaat uit kleinere (B) en grotere (A) deeltjes. De kleinere B deeltjes kunnen zich het meest makkelijk in de wand van slagaders afzetten in tegenstelling tot de grotere A deeltjes. Onderzoek laat zien dat niet de hoeveelheid LDL maar alleen de hoeveelheid kleine B deeltjes in dit LDL van belang zijn. Bestaat het LDL voor meer dan 50% uit B deeltjes dan is er een vergrote kans op aderverkalking en hartproblemen.

Bij ontstekingen, vaak door verkeerde voeding (met veel bewerkte omega-6 vetzuren) van de slagaders kan LDL geoxideerd worden en ontstaat volgens onderzoek echt slecht cholesterol te weten oxycholesterol dat afgezet kan worden tegen de wand van slagaders. Als de ontstekingen voortduren zorgt dit oxycholesterol voor extra calcium afzetting en ontstaat de plaquevorming bij aderverkalking.

Apo B is een eiwit en een groot onderdeel van de vettransportdeeltjes VLDL (very low density lipoprote´ne) en LDL (low density lipoprotein) die cholesterol en triglyceriden naar de weefsels vervoeren. 

HDL bezit nu het vermogen om dit onoplosbare cholesterol op te lossen met de in het HDL bevindend fosfolipide, lecithine (de LCAT reactie) daarom wordt dat gebonden cholesterol (HDL-C) genoemd. Omdat HDL zo helpt dichtslibbing van slagaders te voorkomen, wordt het wel het goede cholesterol genoemd.

Hoge bloedwaarden goed cholesterol (HDL) blijken volgens onderzoek effectief te zijn in de bestrijding van (chronische) ontstekingen.

Het belangrijkste bestanddeel van het goede cholesterol (HDL) is het eiwit apo A-1. HDL is weer onder te verdelen in HDL met grote, minder grote en kleinere deeltjes met de aanduiding van groter naar kleiner 2a, 2b, 3a, 3b en 3c. Hoe groter de deeltjes hoe effectiever de afvoer van cholesterol is. Onderzoek laat zien dat de effectiviteit ook afhankelijk is van de structuur van de glycanen (suikermoleculen), die de HDL-deeltjes omhullen. (Verder onderzoek zal moeten laten zien hoe die structuur ten goede te veranderen is.)

Volgens onderzoeken zijn Remnants het slechtst en verantwoordelijk voor de plaquevorming in slagaders.

Zie hier een studie over het goede van slecht cholesterol.

 

We hebben dus bij cholesterol: the good (HDL), the bad (LDL) en the ugly (de Remnants).

 

Associations and Correlations of Lipoprotein Cholesterol and Triglycerides. Lipoprotein cholesterol as a function of increasing levels of nonfasting triglycerides. Bron.

 

Een teveel aan LDL zorgt ervoor dat er te veel cholesterol in het lichaam komt.

Het LDL-gehalte moet dus normaal zijn en het HDL-gehalte Hoog.

Te lage waarden cholesterol zijn gelet op de belangrijke functies van cholesterol in het lichaam onwenselijk, veel belangrijker is voeding rijk aan onbewerkt Linolzuur en alfa-linoleenzuur.

 

Cholesterol is een voor het lichaam cruciale stof, zonder cholesterol is leven niet mogelijk. Te weinig is dus niet goed maar zoals altijd kan teveel ook niet goed zijn, alhoewel onderzoeken in het verleden hebben laten zien dat zij met de hoogste cholesterolwaarden het langste leven. Kijk hier maar eens. Lange tijd is cholesterol verantwoordelijk gehouden voor het ontstaan van hart- en vaatziektes doch steeds meer onderzoeken laat zien dat ontstekingen van de slagaders hiervoor verantwoordelijk zijn en de hoeveelheid cholesterol niet van belang is. Hier een paar studies .

Zo wordt door de medische wereld aangedrongen om minder verzadigd en meer onverzadigd vet, waaronder de omega-6 vetzuren te eten voor de gezondheid van uw hart. Die aanbevelingen zijn gebaseerd op de simpele constatering dat cholesterolwaarden worden verlaagd door onverzadigde vetzuren en worden verhoogd door verzadigde vetzuren. Maar de vervanging in het voedingspatroon van verzadigd vet door onverzadigd vet is nog nooit getest in gerandomiseerde, goed gecontroleerde klinische studies. Steeds meer wordt duidelijk dat deze vervanging een averechts effect heeft, het cholesterol wordt inderdaad iets lager doch de kans op aderverkalking en hart- en vaatziektes verandert niet en de kans op doodgaan wordt flink hoger, lees meer...

Een andere analyse laat zien dat zij met de hoogste inname van verzadigd vet geen verhoogde kans hebben op hart- en vaatziektes. Weer een andere analyse bevestigt dat. Verzadigd vet zou zorgen voor hoge cholesterolwaarden en daardoor de kans op hart- en vaatziektes verhogen zo wordt al meer dan vijftig jaar beweerd doch inmiddels is bekend dat die stelling wat al te simpel is en het allerlei factoren zijn die een slechtere bloeddoorstroming en schade aan de wanden van de bloedvaten veroorzaken en dat de hoeveelheid cholesterol eigenlijk niet van belang is, zo blijkt ook uit deze studie, gezonde voeding zoals bij het mediterraandieet doet de kans op hart- en vaatziektes echt verlagen, los van het feit of waarden totaal en slecht cholesterol omlaag gaan.

Een grote studie laat dan weer zien dat schone, wat dichtgeslibde of flink dichtgeslibde slagaders nauwelijks verschil maken in de kans op een hartaanval, aderverkalking is dus slechts een van de vele oorzaken van een hartaanval.

In verschillende voeding zoals vis, vlees, kaas, eieren, schaal- en schelpdieren zit van nature cholesterol, doch deze hoeveelheid is slechts een paar procent van het totale lichaamscholesterol. Het zijn vooral de vetzuren in de voeding die het bloedcholesterolgehalte be´nvloeden en niet de cholesterol die rechtstreeks via de voeding wordt opgenomen, want die zorgt voor lagere bloedwaarden cholesterol! Inmiddels zijn de overheidsadviezen aangepast waardoor cholesterol in de voeding niet meer als slecht gezien worden. Hier nog een studie die laat zien dat zelfs geldt voor mensen met aanleg voor hoog cholesterol. Een andere studie laat zien dat cholesterol in de voeding, waaronder eieren geen invloed heeft op het krijgen van dementie of de ziekte van Alzheimer. 

Hoge waarden slecht (LDL) of totaal cholesterol hebben ook geen directe invloed op de kans op een hartaanval, want volgens de American Heart Association gebeurt de helft van de hartaanvallen en beroertes bij mensen met normale cholesterolwaarden. Zelfs hoge waarden goed cholesterol en lage waarden slecht cholesterol blijken volgens weer een onderzoek geen enkel verband te houden met hart- en vaatziektes.

Nieuw onderzoek laat zien dat cholesterol helemaal nog niet zo slecht is en weinig te maken heeft met aderverkalking of andere hart- en vaatziektes. De conclusie is duidelijk: Het idee dat een hoge bloedwaarden cholesterol de belangrijkste oorzaak van hart- en vaatziektes is, lijkt onmogelijk omdat mensen met een lage bloedwaarden net zo veel kans hebben op aderverkalking en de kans op hart- en vaatziektes hetzelfde is of wellicht zelfs hoger dan mensen met hoge bloedwaarden cholesterol. De cholesterolhypothese is tientallen jaren in leven gehouden door beoordelaars die misleidende statistieken hebben gebruikt, de resultaten van niet-succesvolle onderzoeken hebben uitgesloten en talloze tegenstrijdige observaties negeerden zo blijkt uit het onderzoek.

Wel laten steeds meer studies zien dat zowel te hoge als te lage waarden totaal en slecht cholesterol en/of lage waarden goed cholesterol de kans op allerlei soorten kanker en mogelijke uitzaaiingen duidelijk doen vergroten. Ook de kans op hersenaandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer wordt hierdoor duidelijk groter.

Uit een grote studie blijkt dat zestigplussers met lage waarden slecht cholesterol (LDL) duidelijk meer kans hebben op dodelijke ziektes als kanker, longproblemen, maagdarmproblemen en hart- en vaatziektes. Zij met de hoogste waarden LDL bleken ook duidelijk het langst te leven!! En dat geldt zeker voor tachtigplussers zo blijkt uit ander onderzoek. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de helft van de zestigplussers cholesterolverlagende medicijnen voorgeschreven krijgt temeer daar ander onderzoek laat zien dat net hoge bloedwaarden cholesterol de kans op dementie en de ziekte van Alzheimer flink doen verminderen.

Goede cholesterolwaarden zijn belangrijk bij en tegen kanker. Hoge waarden goed cholesterol (HDL) zorgen dat het uitzaaien tegengegaan wordt. Te lage cholesterolwaarden kunnen volgens studie en nog een grootschalig onderzoek de kans op kanker weer verhogen, zeker ook bij darmkanker zo blijkt uit studies en volgens onderzoek de kans op overleven bij nierkanker sterk verminderen, zo ook bij prostaatkanker volgens een ander onderzoek. Uit een grote Britse studie onder ruim 1 miljoen Britse vrouwen blijkt dat lage cholesterolwaarden de kans op borstkanker duidelijk doen vergroten. Waarden lager dan 70 mg/dl (1,83 mmol/l) verdubbelen volgens onderzoek de kans op een hersenbloeding, in ieder geval bij vrouwen.

 

Conclusie: Hogere waarden totaal en slecht cholesterol (LDL) hebben weinig invloed op de kans op hart- en vaatziektes. Zowel te hoge als te lage waarden totaal en slecht cholesterol en/of lage waarden goed cholesterol doen wel de kans op allerlei soorten kanker en mogelijke uitzaaiingen duidelijk vergroten. Ook de kans op hoge bloedsuikerwaarden en hersenaandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer wordt hierdoor duidelijk groter.

 

Nu een paar cijfers over cholesterolwaarden

Eigenlijk zijn doorgaans maar twee cijfers belangrijk: Hoge waarden HDL en zowel waarden LDL als triglyceriden lager dan 2x de HDL waarden. Hier nog onderzoeken die vooral het grote belang van lagere triglyceridenwaarden laten zien.

(Mensen met een bepaalde genetische afwijking waardoor ze zeer hoge waarden HDL hebben, bijv. 150 mg/dl (3,90 mmol/l), blijken volgens onderzoek juist daardoor en sterk verhoogde kans te hebben op hart- en vaatziektes.)

 

Bloedwaarden goed cholesterol (HDL), lager dan 55 mg/dl (1,4 mmol/l) geeft 40% meer kans op het krijgen van de ziekte van Alzheimer.

Volgens onderzoek zijn hoge waarden goed cholesterol (HDL) belangrijk voor goede (lagere) bloedsuikerwaarden. De voornaamste eiwitcomponent van HDL is Apolipoprote´ne A-I (apo A-I), die zorgt voor betere spierfuncties, een betere opname van suikers in de spieren en vermindering van het vetweefsel in de spieren.

Let op: Te hoge waarden goed cholesterol hoger dan 60 mg/dl (1,58 mmol/l) blijkt volgens onderzoek de kans op hart- en vaatziekte of het doodgaan hieraan duidelijk te verhogen. Te hoge waarden HDL, voor mannen > 70 mg/dl (1,83 mmol/l) en voor vrouwen > 90 mg/dl (2,35 mmol/l), geven volgens een ander onderzoek weer iets meer kans om dood te gaan, vooral bij mannen.

Let op: Voor mensen met een overwegend plantaardig en vetarm dieet gelden volgens onderzoek deze waarden HDL veel minder, zij hebben doorgaans lagere HDL waarden.

Let op: Voor vrouwen in de menopauze zegt volgens onderzoek de totale waarde HDL weinig over de kans op hart- en vaatzieke doch zouden door meting de hoeveelheid kleine deeltjes HDL vastgesteld moeten worden. Want nu, zo blijkt uit de studie doen net meer kleine deeltjes HDL de kans op hart- en vaatziekte afnemen. 

 

Bloedwaarden cholesterol werden doorgaans altijd nuchter gemeten. Verschillende studies laten zien dat niet nuchtere metingen weinig verschil geven met nuchtere metingen.

Voor de bepaling van de triglyceriden is een nuchtere meting wel belangrijk omdat kort na de maaltijd chylomicronen zorgen voor een snelle en significante stijging van de triglyceriden.

Als bij de metingen het LDL (slechte cholesterol) berekend wordt is in die berekening ook rekening gehouden met de triglyceriden zodat dan eigenlijk een nuchtere bepaling gewenst is.

 

 

Tips om zonodig het slechte cholesterol (LDL) te verlagen

Tips om het goede cholesterol (HDL) te verhogen

Tips om de Remnants (the ugly) te verlagen

 

 

Plantensterolen of Stanolesters

 

Qua chemische structuur lijken plantensterolen, zoals  sitostanol en sitosterol, heel erg op cholesterol.

Zowel sitostanol als sitosterol zijn niet oplosbaar in water en slecht in vet, dus om toegepast te kunnen worden, wordt er een vetzuur aan gekoppeld, waardoor de zogenaamde stanol-esters ontstaan. Deze esters zijn wel toepasbaar in producten. Hoewel de stoffen en hun werking al meer dan 40 jaar bekend is, is het pas sinds kort technisch mogelijk om de stoffen te winnen en in levensmiddelen toe te passen.

Via onze dagelijkse voeding krijgen we uit plantaardige levensmiddelen deze stoffen al binnen, maar vaak in een lage concentratie. In bepaalde nieuwe levensmiddelen zitten ze in een werkzame, concentratie.

Deze stoffen blokkeren het opnamesysteem van cholesterol in de darm. Cholesterol uit de voeding wordt dus niet opgenomen in het lichaam en heeft dus geen verhogend effect op het bloedcholesterol gehalte.

Niet alleen het voedsel cholesterol wordt tegengehouden, maar ook cholesterol dat via de lever en de gal in de darm is gekomen. Behalve dat er geen nieuw cholesterol wordt opgenomen, wordt ook overtollig cholesterol uit het lichaam verwijderd. Het gevolg is een verlaging van het bloedcholesterol gehalte en met name van het slechte LDL.

De plantensterolen zelf worden niet opgenomen en worden via de ontlasting uitgescheiden. Wanneer de inname van de plantensterolen stopt, wordt de blokkade opgeheven en hersteld de oude situatie zich weer.

 

Verschillende nieuwe margarines bevatten deze plantensterolen en lijken zinvol als je ze maar blijft nemen.

Doch er is ook een keerzijde.

Zo kort als ze op de markt zijn is nu al duidelijk dat dagelijkse inname de bloedwaarde aan beta-caroteen flink doet verminderen met alle gevolgen van dien (zie hieronder*). Verder blijven het chemisch vervaardigde producten die ook vaak een hoog gehalte aan bewerkt alfa-linoleenzuur (ALA) en bewerkt linolzuur bevatten. Mannen pas op met voeding, bijv. dieet margarine, die rijk is aan bewerkt ALA. Het lijkt de kans op prostaatkanker en de verergering daarvan te verhogen. Lijnzaad(olie), wat ook veel ALA bevat, heeft dit nadeel niet, omdat dat onbewerkt ALA is.

Het lichaam van veel mensen kan ook moeilijk linolzuur omzetten in het goede GLA. (Kijk ook bij Vetzuren). Per saldo zijn deze nieuwe margarines eigenlijk maar voor weinig mensen geschikt en omdat onbekend is wie dat zijn kun je beter deze margarines niet gebruiken. (Het scheelt u ook nog eens in de portemonnee)

Omdat in steeds meer producten, zoals melk, yoghurt tot zelfs fruitsap toe deze plantensterolen verwerkt worden wordt ook nog eens de kans steeds groter dat men te veel binnen krijgt, wat zeker slecht is voor de gezondheid.

*Accumulatie van fytosterolen in de voeding. Evaluatie van de schadelijke effecten na de inname van hoge doseringen fytosterolen

Amsterdam JGC van, Opperhuizen A, Jansen EHJM
30 p in English, 2005

RIVM rapport 340240001

Rapport in het kort
Op de markt verschijnen steeds meer producten, die verrijkt zijn met plantensterolen (fytosterolen). De gecombineerde consumptie van dergelijke producten kan leiden tot overdosering, zodat er mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn om overdosering te voorkomen.Fytosterol-verrijkte voeding verlaagt het plasma LDL-cholesterol. Een dagelijkse inname van 1-3 g plantensterolen verlaagt de LDL-cholesterolconcentratie met 5-15%; een hogere inname geeft geen extra effect. Door hun slechte absorptie geven fytosterolen geen systemische toxiciteit. Fytosterolen verlagen echter wel de absorptie van beta-carotenoiden, die van belang zijn voor de aanmaak van vitamine A. De consumptie van (margarine verrijkt met) 3 g fytosterol per dag gedurende een jaar leidt tot een 33% afname van de beta-caroteenspiegel, die echter (alleen) zorgelijk is bij risicogroepen met een hoge vitamine A behoefte, zoals zwangeren, moeders die borstvoeding geven en jonge kinderen. Er is overigens geen indicatie voor fytosterolgebruik door deze groepen, maar het gebruik kan niet worden uitgesloten.De beschikbare data over schadelijke effecten bieden geen basis voor het stellen van een maximaal toelaatbare dagelijkse dosis voor fytosterolen. Evenals de Gezondheidsraad en SCF, wordt thans aanbevolen om niet meer (meer dan 3 g per dag) van deze plantensterolen in te nemen, omdat a. hogere doseringen niet effectiever zijn, en b. langetermijnstudies ontbreken. Op termijn zijn beleidsmaatregelen nodig ter voorkoming van overdosering in gebruikers- en risicogroepen.

 

Eerder onderzoek zegt:

Antioxidant caroteen verlaagt risico op sterfte ouderen

Ouderen met hoge bloedconcentraties van het antioxidant caroteen hebben een lager risico op sterfte aan hart- en vaatziekten en kanker. Hoge bloedgehaltes van vitamine E, een andere antioxidant, leiden waarschijnlijk niet tot een lager sterfterisico. Deze conclusies trekken onderzoekers van Wageningen Universiteit en het RIVM op basis van een studie onder ruim 1000 Europese oudere mannen en vrouwen. (Okt. 2005)

RIVM - Bilthoven - Nederland

 

 Printen

(06-07-2020)