|
Cholesterol en plantensterolen.
Cholesterol is een vetachtige stof die ons lichaam zelf aanmaakt. De voornaamste functie van cholesterol in het lichaam is het goed laten functioneren van de celmembranen in het lichaam. De celmembranen van al onze lichaamscellen bestaan uit een dun laagje vet-achtige stoffen, de fosfolipiden. Fosfolipiden bestaan uit een water-oplosbare fosfaat groep, en twee vet-oplosbare vetzuren. Deze vetzuren hebben de neiging om een soort 'kristallen' te vormen, waarbij ze dus hard worden. Hierdoor zou de cel niet meer kunnen functioneren. Om de celmembranen soepel te houden zit er cholesterol in de membranen. Cholesterol verstoort het membraan, hierdoor kunnen geen kristallen gevormd worden en blijft het membraan flexibel. Een tweede belangrijke rol van cholesterol in het lichaam is dat het onder invloed van UV straling (zonlicht) omgezet wordt in vitamine D. Ook speelt het een rol bij de productie van bepaalde hormonen en galzuren. Omdat een vetachtige stof als cholesterol niet oplost in een waterige vloeistof als bloed maakt het gebruik van hulpmiddelen: HDL en LDL zijn de belangrijkste vervoerders van cholesterol in de bloedbaan. HDL vervoert het overtollige cholesterol terug naar de lever waar het wordt afgebroken. Omdat HDL zo helpt dichtslibbing van aderen te voorkomen, wordt het wel het goede cholesterol genoemd. LDL
daarentegen vervoert cholesterol juist van de lever naar de rest van het
lichaam. Een teveel aan LDL zorgt ervoor dat er te veel cholesterol in het
lichaam komt. Bloedvaten kunnen hierdoor dichtslibben, wat kan leiden tot
een hartaanval of beroerte. Het LDL-gehalte moet dus Laag zijn en het
HDL-gehalte Hoog. Nu een paar cijfers over cholesterol en hart- en vaatziektes
Men neemt aan dat bij volwassen personen de waarde van cholesterol liefst beneden 200 mg/dl (5,26 mmol/l) wordt gehouden. Personen met een cholesterol waarde tussen 200 en 300 mg/dl (tussen 5,26 en 8 mmol/l) hebben een 3,5 x grotere kans op een hartinfarct. Bij oudere personen (ouder dan 65 jaar) is er geen duidelijke correlatie meer tussen cholesterolwaarde en hartziekte.
Lage waarden van HDL-cholesterol, lager dan 30 mg/dl (0,8 mmol/l) gaan samen met een hoger risico van coronaire aandoeningen en hoge waarden, meer dan 50 mg/dl (1,3 mmol/l) zijn gecorreleerd met een lager risico. Iedere verhoging van HDL met 1 mg/dl betekent 3% minder risico op een hartziekte. (20 mg/dl verhoging betekent dus wel 60% minder risico)
Plantensterolen of Stanolesters Qua chemische structuur lijken plantensterolen, zoals sitostanol en sitosterol, heel erg op cholesterol. Zowel sitostanol als sitosterol zijn niet oplosbaar in water en slecht in vet, dus om toegepast te kunnen worden, wordt er een vetzuur aan gekoppeld, waardoor de zogenaamde stanol-esters ontstaan. Deze esters zijn wel toepasbaar in producten. Hoewel de stoffen en hun werking al meer dan 40 jaar bekend is, is het pas sinds kort technisch mogelijk om de stoffen te winnen en in levensmiddelen toe te passen. Via onze dagelijkse voeding krijgen we uit plantaardige levensmiddelen deze stoffen al binnen, maar in een lage concentratie. In bepaalde nieuwe levensmiddelen zitten ze in een werkzame, concentratie. Deze stoffen blokkeren het opnamesysteem van cholesterol in de darm. Cholesterol uit de voeding wordt dus niet opgenomen in het lichaam en heeft dus geen verhogend effect op het bloedcholesterol gehalte. Niet alleen het voedsel cholesterol wordt tegengehouden, maar ook cholesterol dat via de lever en de gal in de darm is gekomen. Behalve dat er geen nieuw cholesterol wordt opgenomen, wordt ook overtollig cholesterol uit het lichaam verwijderd. Het gevolg is een verlaging van het bloedcholesterol gehalte en met name van het slechte LDL. De plantensterolen zelf worden niet opgenomen en worden via de ontlasting uitgescheiden. Wanneer de inname van de plantensterolen stopt, wordt de blokkade opgeheven en hersteld de oude situatie zich weer.
Verschillende nieuwe margarines bevatten deze plantensterolen en lijken zinvol als je ze maar blijft nemen. Doch er is ook een keerzijde. Zo kort als ze op de markt zijn is nu al duidelijk dat dagelijkse inname de bloedwaarde aan beta-caroteen flink doet verminderen met alle gevolgen van dien (zie hieronder*). Verder blijven het chemisch vervaardigde producten die ook vaak een hoog gehalte aan alfa-linoleenzuur (ALA) en linolzuur bevatten. Mannen pas op met voeding, bijv. dieet margarine, die rijk is aan ALA. Het lijkt de kans op prostaatkanker en de verergering daarvan te verhogen. Lijnzaad(olie), wat ook veel ALA bevat, zou dit nadeel niet hebben. Vermoedelijk komt dit door de aanwezige vezels en liganen. Het lichaam van veel mensen kan ook moeilijk linolzuur omzetten in het goede GLA. (Kijk ook bij Vetzuren). Per saldo zijn deze nieuwe margarines eigenlijk maar voor weinig mensen geschikt en omdat onbekend is wie dat zijn kun je beter deze margarines niet gebruiken. (Het scheelt u ook nog eens in de portemonnee) Omdat in steeds meer producten, zoals melk, yoghurt tot zelfs fruitsap toe deze plantensterolen verwerkt worden wordt ook nog eens de kans steeds groter dat men te veel binnen krijgt, wat zeker slecht is voor de gezondheid.
*Accumulatie
van fytosterolen in de voeding. Evaluatie van de schadelijke effecten na de
inname van hoge doseringen fytosterolen
Amsterdam JGC van, Opperhuizen A, Jansen EHJM RIVM
rapport 340240001 Rapport in het kort
Eerder onderzoek zegt: Antioxidant caroteen verlaagt risico op sterfte ouderen Ouderen
met hoge bloedconcentraties van het antioxidant caroteen hebben een lager
risico op sterfte aan hart- en vaatziekten en kanker. Hoge bloedgehaltes van
vitamine E, een andere antioxidant, leiden waarschijnlijk niet tot een
lager sterfterisico. Deze conclusies trekken onderzoekers van Wageningen
Universiteit en het RIVM op basis van een studie onder ruim 1000 Europese
oudere mannen en vrouwen. (Okt.
2005) RIVM
- Bilthoven - Nederland
|
|||||||||||||||||||||