Fosfor helpt bij of tegen: 

Rachitis

Hart problemen

 

Fosfor helpt organen en systemen:

 

Botten

Tanden

Skelet

Nieren

 

Voedingsbronnen van fosfor:

 

 Dadels

 Rozijnen

 Hert

 Noten

 Rundvlees

 Geitenmelk

 Garnalen

 Kreeft

 Tonijn

 Amsoi

 Yoghurt

 Heilbot

 Kabeljauw

 Rogge

 Lijnzaad

 Grote klit

 Mosselen

Walnoten

Eieren

Melk

Tofu

Tempeh

Sojasaus

Kip

Lam

Gierst

Sojabonen

Zalm

Zonnebloempitten

Papaja

Tomaten

Kalkoen

Pecannoten

Pinda's

Vis

Linzen

Peultjes

Gerst

Bonen

Vijgen

Sesamzaad

Frisdrank

Chiazaad

Erwtjes

Bietjes

Haver

Pompoenpitten

Knolraap

Maïs

Broccoli

Zeewier

Aubergine

Pastinaak

Cashewnoten

Brouwers gist

Bloemkool

Uien

Prei

Quinoa

Boekweit

Sjalotjes

Macadamianoten

Venkel

Alfalfa

Rode bessen

Perziken

Kruisbessen

Lychee

Courgette

Hazelnoten

Amandelen

Azijn

Zwarte bessen

Aardbeien

Stengelui

Sinaasappel

Pistachenoten

Mungbonen

Wortelen

Muesli

Miso

Witlof

Citroen

Granaatappel

Waterkers

Pijnboompitten

Boerenkool

Mango

Appels

Tarwe kiemen

Pompoenen

Pruimen

Peren

Brazilnoten

Asperges

Haring

Bramen

Artisjokken

Selderie zaad

Shiitake

Tarwe zemelen

Olijven

Azuki bonen

Kumquat

Kersen

Bieslook

Abrikozen

Kaki

Oesterzwammen

Zee groenten

Mandarijn

Alfalfa spruiten

Druiven

Ananas

Rijst

Gedroogde pruimen

Okra

Zoethout

Mierikswortel

Komkommerkruid

Cayenne peper

Mosterdzaad

Tuinbonen

Zwarte komijn

Nepeta

Brandnetel

Passievrucht

Pepermunt

Wilde marjolein

 

Opmerkingen:

 

Fosforverbindingen vaak in de vorm van fosfaten spelen een belangrijke rol. DNA en RNA bestaan voor een deel uit anorganisch fosfor en in de vorm van adenosine trifosfaat (ATP) is fosfor belangrijk voor de opslag en transport van energie.  Fosfaten zijn ook essentieel voor de instandhouding van het zuur- base evenwicht. Verder is fosfor nodig voor de koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling. Het calciummetabolisme reguleert de niveaus van calcium en fosfor in het bloed door de absorptie ervan uit het voedsel in de darmen evenals de heropname ervan in nieren. Belangrijk daarbij is goede bloedwaarden vitamine D. Bij te weinig vitamine D in het lichaam wordt veel minder calcium en fosfor opgenomen in het lichaam. Botten bestaan voor een groot deel uit calciumfosfaat.

 

Het is geen probleem om genoeg fosfor binnen te krijgen, doorgaans krijgen we eerder (veel) teveel binnen.

In veel kant en klare gerechten, vlees, frisdranken en gebak worden fosforverbindingen toegevoegd als o.m. kleurstof, bindmiddel en tegen verkleuring.
Een overmatige inname aan fosfor, bijv. als gevolg van het drinken van veel melk en frisdranken veroorzaakt een verhoogde botstofwisseling, wat bij ouderen de kans op botontkalking kan verhogen. Een te hoge inname aan fosfor belemmert de absorptie van calcium, ijzer, koper en zink. Verder geeft het een verhoogde kans op chronische nierziektes, aderverkalking, huidkanker en de kans op atrofie van de spieren en de huid.

 

 

Fosfor, aanbevolen dagelijkse hoeveelheid*

mg

1 tot 4 jaar 500
4 tot 7 jaar 600
7 tot 10 jaar 800
10 tot 19 jaar 1250
19 en ouder 700
Tijdens zwangerschap 800
Tijdens borstvoeding 900

*Deutsche Gesellschaft für Ernährung

 

Algemene opmerking: 

 

Bronnen                                                            Printen